Merkstijlgidsen en designsystemen

Hoe je logo-gebruik vastlegt in je merkstijlgids

Lotte van Dijk Lotte van Dijk
· · 6 min leestijd

Je logo is het gezicht van je merk. Het is het eerste wat mensen zien, hetgene waar ze je aan herkennen.

Inhoudsopgave
  1. Waarom logo-regels in je merkstijlgids onmisbaar zijn
  2. Start met de juiste bestandsformaten
  3. Definieer je minimumgrootte
  4. Houd vrije ruimte rond je logo af
  5. Welke kleuren gebruik je en wanneer?
  6. Wat mag er absoluut niet? De do's en don'ts
  7. Logo op verschillende achtergronden
  8. Wat als er meerdere logo-varianten zijn?
  9. Afsluiten: maak het makkelijk om het goed te doen

Maar wat gebeurt er als iemand je logo ineens paars maakt, uitreet tot het niet meer te herkennen is, of er een witte schaduw omheen plaatst alsof het uit de jaren tachtig komt? Precies. Chaos. En die chaos begin met één simpel probleem: je merkstijlgids zegt te weinig over hoe je logo eigenlijk gebruikt mag worden. Daar gaan we vandaag verandering in brengen.

Waarom logo-regels in je merkstijlgids onmisbaar zijn

Een merkstijlgids zonder duidelijke logo-regels is als een routebeschrijving zonder pijltjes. Iedereen gaat z'n eigen kant op.

Je collega marketing gebruikt een andere versie dan je bureau, je drukkerij kiest een eigen kleur en je nieuwe medewerker?

Die heeft gewoon het eerste logo dat hij kon vinden van Google Images gebruikt. Klinkt overdreven? Echt niet. Als je merk serieus wilt nemen, moet je vastleggen hoe je logo wél en hoe het niet gebruikt mag worden. Dat is geen beperking, dat is helderheid. En helderheid is precies waar een goede merkstijlgids om draait.

Start met de juiste bestandsformaten

Eerste stap, en eigenlijk die je nooit mag overslaan: leg uit welke bestandsformaten er zijn en wanneer je welk formaat gebruikt. Je logo moet in meerdere formaten beschikbaar zijn.

Denk aan vectorbestanden zoals SVG, EPS en AI voor drukwerk en grootschalig gebruik.

En aan Rasterbestanden zoals PNG en JPG voor digitaal gebruik en situaties waar je snel een bestand moet delen. Een PNG met transparante achtergrond is bijvoorbeeld essentieel voor gebruik op donkere achtergronden of over foto's heen. Geef in je merkstijlgids per format aan waar het voor bedoeld is.

Bijvoorbeeld: gebruik het SVG-bestand voor alle drukwerk boven 10 centimeter, de PNG voor social media posts en websitegebruik, en de JPG alleen als er geen andere optie is. Zo weet iedereen precies wat ze moeten pakken.

Definieer je minimumgrootte

Je logo ziet er prachtig uit op een groot scherm. Maar hoe ziet het eruit als klein icoontje op een visitekaartje of in de voettekst van een e-mail?

Precies, dan verdwijnt alles in elkaar. Stel daarom altijd een minimumgrootte vast. Voor drukwerk is een gangbaar minimum 25 millimeter breed voor het volledige logo, maar dit verschilt per ontwerp.

Voor digitaal ligt dat meestal rond de 120 pixels breed. Meet het na met je eigen logo, want een smal logo met veel tekst heeft meer ruimte nodig dan een breed icoon.

Vermeld deze afmetingen letterlijk in je merkstijlgids. Niet als suggestie, maar als regel.

Dan kan niemand zeggen dat ze het niet wisten.

Houd vrije ruimte rond je logo af

Dit is een van de meest onderschatte regels, en tegelijk een van de meest effectieve. De zogenaamde clear space. Dat is de lege ruimte rond je logo die vrij moet blijven van andere tekst, afbeeldingen of elementen.

Een veelgebruikte maat is de hoogte van een letter uit je logo.

Pak bijvoorbeeld de hoogte van de hoofdletter X of H uit je logotype, en gebruik die afstand als minimum-afstand aan alle kanten. Het resultaat is een logo die ademt, dat opvalt en dat altijd herkenbaar blijft.

Ook als het tussen drukke pagina's staat. Leg dit visueel vast in je merkstijlgids door het letterlijk uit te tekenen. Geef een voorbeeld met de afstand aangegeven, zodat mensen in één keer begrijpen wat je bedoelt.

Welke kleuren gebruik je en wanneer?

Je logo bestaat waarschijnlijk in meerdere kleurvarianten. Maar welke gebruik je wanneer?

Dat moet helder zijn. Leg ten minste vier varianten vast. De volledige kleurenversie voor gebruik op witte achtergronden.

De monochrome zwarte versie voor situaties waar je maar één kleur kunt gebruiken, zoals stempels of faxen.

De witte of negatieve versie voor donkere achtergronden. En eventueel een versie op kleur, als je merk dat toelaat. Geef bij elke variant de exacte kleurcodes.

CMYK voor drukwerk, HEX voor web, en eventueel Pantone voor als je met specifieke drukprocessen werkt. Geen bijna-rijkwart, maar de exacte waarde. RGB kun je erbij noemen voor schermgebruik, maar vergeet niet dat RGB en HEX eigenlijk hetzelfde doel dienen.

Wat mag er absoluut niet? De do's en don'ts

Dit onderdeel is waar je merkstijlgids echt kracht krijgt. Want mensen onthouden verbeterd wat ze niet mogen doen, beter dan wat ze wél mogen doen.

Geef visuele voorbeelden van foutief gebruik. En wees specifiek. Niet alleen "vervorm je logo niet", maar laat zien wat vervormen betekent.

Teken een versie die uitgerekt is die horizontale en verticaal platgedrukt is. Laat een versie zien met een verkeerde kleur. Toon wat er gebeurt als je een effect toevoegt zoals een drop shadow of een glow. En leg uit waarom dat niet werkt.

Andere veelgemaakte fouten die je kunt adresseren: het logo draaien, er een rand omheen zetten, het op een drukke achtergrond plaatsen zonder contrast, het logo in een vakje of cirkel persen als dat niet bedoeld is, of het lettertype veranderen.

Allemaal dingen die in de praktijk écht gebeuren, dus het is de moeite waard om het vast te leggen.

Logo op verschillende achtergronden

Je logo komt op van alles terecht. Een witte muur, een foto van een zonsondergang, een gekleurde PowerPoint-slide.

En niet elke versie van je logo werkt op elke achtergrond. Daarom leg je het juiste logo-gebruik vast in je merkstijlgids. Op een witte achtergrond gebruik je de standaard kleurenversie. Op een donkere achtergrond de witte of lichte versie.

Op foto's adviseer je een achtergrondvlak of voldoende contrast, en geef je een minimum-contrastwaarde aan. Een contrastratio van minimaal 4,5 tegen 1 is een goed richtpunt voor leesbaarheid.

Laat voorbeelden zien van goed en slecht gebruik. Visuele voorbeelden werken altijd beter dan alleen tekst.

Wat als er meerdere logo-varianten zijn?

Veel merken hebben naast hun primaire logo ook een icoon of symbool dat los gebruikt mag worden.

Denk aan het vlekje van Nike of het appel van Apple. Ook heb je misschien een horizontale en een verticale versie.

Leg vast wanneer je welke variant gebruikt. Het volledige logo met tekst voor de meeste situaties. Het losse icoon alleen voor kleine formaten of herkenningspunten zoals favicons en app-iconen. En de verticale versie voor smalle ruimtes zoals roll-ups of social media banners.

Maak dit niet ingewikkelder dan nodig. Kies twee of drie varianten, leg uit wanneer je welke gebruikt, en houd je daaraan.

Afsluiten: maak het makkelijk om het goed te doen

Het mooiste aan een goede merkstijlgids is dat het iedereen het leven makkelijker maakt. Niet alleen je eigen team, maar ook partners, drukkerijen, marketeers en iedereen die ooit met je logo aan de slag gaat.

Het doel is niet om creativiteit te smoren. Het doel is consistentie. En consistentie bouwt herkenning op. Herkenning bouwt vertrouwen.

En vertrouwen is uiteindelijk precies waar je merk om draait. Dus neem de tijd om dit goed vast te leggen.

Geef duidelijke regels, visuele voorbeelden, exacte waarden, en zorg dat iedereen die met je merk aan de slag gaat, de juiste bestanden en richtlijnen voor logo-gebruik krijgt. Want een logo dat altijd goed gebruikt wordt, is een logo dat werkt.


Lotte van Dijk
Lotte van Dijk
Expert in Duurzaam Visueel Ontwerp

Lotte helpt merken met een krachtige visuele identiteit en duurzaam design.

Meer over Merkstijlgidsen en designsystemen

Bekijk alle 127 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Wat is een merkstijlgids en waarom heeft elk productmerk er één nodig
Lees verder →